De Zelf-Concept Vragenlijst (SCQ)
De Self Concept Questionnaire werd oorspronkelijk ontwikkeld door Saraswat (1984) en is een van de populairdere vragenlijsten voor het meten van het zelfconcept.
De vragenlijst zelf bevat 48 stellingen die tot doel hebben het zelfconcept over zes verschillende aspecten te meten:
- Fysiek
- Sociaal
- Temperamentvol
- Onderwijs
- Moreel
- Intellectueel
Voorbeelden van uitspraken zijn:
- Ik voel me anders dan de meeste mensen en zou willen dat ik meer was zoals zij. (Sociaal)
- Ik geloof maar gedeeltelijk in mezelf. (Temperamentvol)
- Ik voel dat ik een persoon van waarde ben. (Moreel)
- Ik heb moeite met kritiek van andere mensen. (Temperamentvol)
Deelnemers beoordelen hun antwoorden op de stellingen op een schaal van 1 tot 5, waarbij 1 staat voor 'heel anders dan ik' en 5 voor 'heel waar voor mij'. Een hogere score wijst op een hoog gevoel van zelfconcept, een lagere score wijst op een lager gevoel van zelfconcept.
3 Meer manieren om overtuigingen over het zelf in kaart te brengen
Hoewel de PSQ en SCQ de twee meest gebruikte vragenlijsten zijn om het zelfconcept te meten en in kaart te brengen, zijn er verschillende andere vragenlijsten en tools die ook gericht zijn op het onderzoeken van zelfvertrouwen.
Hieronder staan er drie die ik tijdens mijn onderzoek ben tegengekomen en die misschien interessant voor je zijn:
1. Academische Zelfbeeld Schaal voor Adolescenten (ASCS)
De Academic Self-Concept Scale for Adolescents (Minchekar, 2019) werd ontwikkeld als reactie op het idee dat veel zelfconceptvragenlijsten en -metingen nogal breed zijn. De onderzoekers wilden dit beperken en richtten zich alleen op het meten van zelfconcept met betrekking tot academische vaardigheden en prestaties.
De schaal is onderverdeeld in acht verschillende subcategorieën die worden gemeten:
- Zelfbeeld van academisch vermogen
- Zelfbeeld van academische interesses
- Zelfbeeld van de studie
- Zelfbeeld van onderzoek
- Zelfbeeld van academische interacties
- Zelfbeeld van academische inspanningen
- Zelfbeeld van Curriculum
- Zelfbeeld van academische toekomst
De schaal bevat 57 stellingen die de deelnemers vragen zichzelf te beoordelen van één tot vijf, waarbij één staat voor 'nooit' en vijf voor 'altijd'. Hogere scores duiden op een hoger niveau van Academic Self-Concept, en deelnemers met een hogere score bleken meer vertrouwen te hebben in hun academische capaciteiten.
De ASCS is nog een relatief nieuw hulpmiddel en je kunt hier meer lezen over de ontwikkeling ervan.
2. Harrill Zelfwaarderings Inventaris
De Harrill Self-Esteem Inventory is ontwikkeld door Susan Harrill, counselor, als een meting voor eigenwaarde binnen het zelfconcept. Het bestaat uit 25 stellingen die deelnemers moeten beantwoorden.
Voorbeeld stellingen uit de inventarisatie zijn onder andere:
- Ik voel me van gelijke waarde voor andere mensen, ongeacht mijn prestaties, uiterlijk, IQ, prestaties of bezittingen (of het gebrek daaraan).
- Ik neem verantwoordelijkheid voor mijn gevoelens, emoties, gedachten en acties. Ik geef anderen geen krediet of schuld voor hoe ik me voel, denk of wat ik doe.
- Ik leer en groei van mijn fouten in plaats van ze te ontkennen of ze te gebruiken om mijn onwaardigheid te bevestigen.
- Ik voed mezelf met vriendelijke, ondersteunende zelfpraat.
Deelnemers geven als volgt een score tussen nul en vier:
0 = Ik denk, voel of gedraag me nooit zo.
1 = Dat doe ik minder dan de helft van de tijd.
2 = Doe ik 50% van de tijd.
3 = Ik doe het meer dan de helft van de tijd.
4 = Ik denk, voel of gedraag me altijd zo.
Na het beantwoorden van alle stellingen tellen deelnemers hun totaalscore, waarbij een hogere score duidt op een hoger niveau van eigenwaarde.
3. De Twintig Stellingen Test
De Twenty Statements Test (Kuhn & McPartland, 1954) werd ontwikkeld om specifiek het zelfbeeld te meten als onderdeel van het zelfconcept, hoewel het ook andere gebieden van het zelfconcept omvat.
De twintig vragen vragen deelnemers te antwoorden op de vraag 'Wie ben ik' met 'Ik ben ...' antwoorden. De vragen zijn onderverdeeld in vijf subcategorieën:
- Sociale groepen en classificaties
- Ideologische overtuigingen
- Interesses
- Ambities
- Zelfevaluaties
Kuhn (1960) stelt dat de meeste antwoorden op de vragen in drie groepen kunnen worden verdeeld:
- Sociale rollen - Antwoorden die betrekking hebben op externe aspecten van het zelf, bijvoorbeeld 'Ik ben een moeder/dochter/leraar/dokter.
- Persoonlijkheidstrekken - Antwoorden die betrekking hebben op interne aspecten van het zelf, bijvoorbeeld: 'Ik ben grappig/geduldig/korte-tempered/aardig'.
- Fysieke beschrijvingen - Antwoorden met betrekking tot aspecten van het zelfbeeld, bijvoorbeeld 'Ik ben lang/kort/dik/dun'.
Gerelateerd: 21 Zelfbeeld voorbeelden en activiteiten om de theorie vandaag te gebruiken
Wat onze lezers vinden
Hallo, ik vroeg me af of er schalen zijn die we voor ons werkstuk kunnen gebruiken voor transgenders en die alleen gericht zijn op helderheid van het zelfconcept?
Hallo Zia,
Bedankt voor je attente vraag! Er is geen algemeen gevalideerde schaal die specifiek is ontwikkeld voor transgenders en die zich alleen richt op helderheid van het zelfbeeld. Voor uw doeleinden zou de Self-Concept Clarity Scale (SCCS) kunnen werken, omdat het een algemene maat is die kan worden toegepast op verschillende populaties, waaronder transgender deelnemers. Sommige onderzoekers combineren de schaal met maatregelen voor genderidentiteit of minderheidsstress om context toe te voegen.
Als je op zoek bent naar iets meer op maat, kan het nodig zijn om bestaande tools aan te passen of maatregelen te combineren, afhankelijk van je onderzoeksfocus.
Ik hoop dat dit helpt!
Hartelijke groeten,
Lea | Gemeenschapsmanager